BonoboAapje
Offline - 3 jaar

Van de vier soorten mensapen op aarde is de bonobo de minst onderzochte. Chimpansees, gorilla’s en orang-oetans worden al decennia in de natuur gevolgd, maar Congo – de laatste plek op aarde waar wilde bonobo’s leven – is politiek te onrustig voor langlopend onderzoek. Wat er van de dieren bekend is, is voornamelijk in dierentuinen waargenomen..

Eigenlijk zijn bonobo’s in Artis ontdekt. In ieder geval een beetje. Want het was etholoog Anton Portielje die in 1916 suggereerde dat Mafuca, destijds het populairste chimpanseetje van de dierentuin, misschien wel tot een onbekende primatensoort behoorde. Portielje vond hem kleiner dan de andere dieren, en speculeerde in de dierentuingids over het bestaan van ‘dwergchimpansees’. Dat Portielje gelijk had, bleek pas vele jaren later, lang nadat de bonobo’s in 1929 als aparte soort benoemd waren. Toen kwam de schedel van Mafuca weer tevoorschijn in het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam, en werd het dier onmiddellijk als bonobo herkend.

Dwergchimpansee’ is nog steeds de bijnaam van de bonobo, hoewel dat feitelijk onjuist is – sommige volwassen chimpansees zijn kleiner en lichter dan volwassen bonobo’s. Wel zijn bonobo’s slanker gebouwd, met een dunnere nek en tengere schouders en borstkas. Maar dat is niet de voornaamste reden dat de dieren tot verschillende soorten worden gerekend. Wat beide groepen zo anders maakt, is hun gedrag, dat zich onder meer uit in de rolpatronen die mannetjes en vrouwtjes hebben. Bij de chimpansees is de man de baas, die voortdurend met andere mannetjes strijdt. De winnaar mag met vrouwtjes paren; verliezers worden onmiddellijk aangevallen als zij dat ook in hun kop halen.

Bonobo’s vechten veel minder, want conflicten en spanningen worden veelal met seks uit de weg geruimd. Als enige diersoort naast de mens kunnen ze bij de paring de missionarishouding aannemen, zodat ze elkaar in het gezicht kijken. Geslacht of leeftijd spelen geen rol: zowel jonkies zijn seksueel actief, met ouderen of onder elkaar, terwijl mannetjes het ook met mannetjes doen, en vrouwtjes met vrouwtjes. Vaak wordt het dier ‘de hippie onder de mensapen’ genoemd – ‘make love, not war’, weet je wel. Opvallend is verder dat de vrouwtjes de dienst uitmaken. Ze zijn zeer frequent seksueel actief, cohabiterend of masturberend, ze sluiten onderling coalities, en jagen opgroeiende vrouwtjes tegen de tijd dat die volwassen worden weg naar andere bonobogroepen. Mannetjes accepteren dat zonder enig protest.

Onder meer omdat bonobo’s bij het lopen op twee poten een rechtere rug hebben dan chimpansee, is wel geopperd dat zij de nauwst verwante van de mens zijn. Maar dat is moeilijk, zo niet onmogelijk om vast te stellen, omdat bonobo’s en chimpansees pas uit elkaar gingen nadat wij van hun gemeenschappelijke voorouder waren afgesplitst. Volgens sommigen is de bonobo daarna het minst veranderd. Als dat waar is, dan zou het dier betrekkelijk veel lijken op de eerste ‘Australopitheci’ of ‘zuidelijke apen’, de eerste wezens die zo’n vijf miljoen jaar geleden het evolutionaire pad betraden dat tot de moderne mens leidde. Anderen vinden dat echter onzin, en wijzen op vergelijkend onderzoek naar de chromosomen en bloedgroepen van bonobo’s, chimpansees en mensen, dat suggereert dat bonobo’s juist erg veel zijn veranderd.

Veel van wat er over bonobo’s bekend is, is in dierentuinen opgetekend. De Nederlandse primatoloog Frans de Waal bijvoorbeeld onderzoekt ze sinds midden jaren tachtig in de San Diego Zoo. In 1997 publiceerde hij het boek ‘Bonobo – The forgotten ape’, met foto’s van fotograaf Frans Lanting, die de bonobo’s in de natuur vastlegde. Dat kan alleen nog in de Democratische Republiek van Congo, het vroegere Zaïre, waar de laatste wilde exemplaren voorkomen. De dieren zijn daar echter nooit uitputtend onderzocht. Dat was wel de bedoeling van de Belgische biologe Ellen Van Krunkelsven, destijds van de Universiteit van Antwerpen, maar door de politieke ontwikkelingen en opeenvolgende (burger)oorlogen kon ze er niet langer dan van 1994 tot 1998 werken.

Hoeveel wilde bonobo’s er nu nog over zijn is onduidelijk, maar het lijken er minder dan tienduizend. Jef Dupain, een collega van Van Krunkelsven, constateerde in november 2002 dat de bevolking vanwege honger op de dieren jaagt, en schatte dat hun aantal in sommige stukken van hun biotoop met driekwart is verminderd in vergelijking tot de periode waarin hij er samen met Van Krunkelsven was.

De bonobo’s die in het programma Bonobo-Bo figureren, leven in dierenpark Apenheul in Apeldoorn.

Nieuwste afbeeldingen